Ook bij een zanglijster in de regio Utrecht is het westnijlvirus aangetroffen. Beide besmettingen zijn vastgesteld binnen de Nederlandse monitoringprogramma’s en vervolgens bevestigd door de betrokken onderzoeksinstituten.
De vondst bij zowel een vogel als een paard laat zien dat het westnijlvirus momenteel actief circuleert in Nederland. Het virus wordt verspreid door muggen. Vogels vormen daarbij de belangrijkste bron van het virus: een mug kan zich besmetten wanneer deze een geïnfecteerde vogel steekt en het virus vervolgens overbrengen op een ander dier of een mens. Paarden en mensen zijn zogenoemde eindgastheren en kunnen het virus niet verder verspreiden.
De meeste paarden die besmet raken, ontwikkelen geen of slechts milde klachten. Bij een klein deel kunnen echter neurologische verschijnselen ontstaan, zoals spiertrillingen, coördinatieproblemen, zwakte of verlammingsverschijnselen.
Het transmissieseizoen loopt globaal van juni tot en met november, wanneer muggen actief zijn. Paardeneigenaren kunnen het risico op muggenbeten beperken door bijvoorbeeld stilstaand water regelmatig te verversen, mugwerende middelen te gebruiken en eventueel een vliegendeken in te zetten. Daarnaast is vaccinatie tegen westnijlvirus mogelijk.
Bij paarden met plotselinge neurologische verschijnselen is het belangrijk om altijd contact op te nemen met de dierenarts. Westnijlvirus is een aangifteplichtige dierziekte en kan onderdeel zijn van de diagnostiek bij passende klachten.
Blijf alert, maar raak niet in paniek: de recente vondsten zijn vooral een belangrijk signaal dat het virus momenteel in Nederland aanwezig is en dat muggen een rol kunnen spelen in de verspreiding.
(bron: Royal GD en NWVA)
