
Het westnijlvirus is een virus dat wordt overgedragen door muggen. Het virus is genoemd naar het West-Nijldistrict in Oeganda, waar het voor het eerst werd ontdekt, en komt inmiddels wereldwijd voor: van Afrika en het Midden-Oosten tot grote delen van Europa en Amerika.
Vogels vormen het natuurlijke reservoir van het virus: zij dragen het virus bij zich en geven het via muggen aan elkaar door. Paarden en mensen zijn wat dat betreft een soort "tussenstation": zij kunnen wel ziek worden van het virus, maar dragen het onvoldoende bij zich om het via een mug weer door te geven. Je paard vormt dus geen besmettingsgevaar voor andere dieren of voor jou.
De besmetting verloopt altijd via een steekmug. Zo'n mug pikt het virus op bij een besmette vogel en geeft het vervolgens door bij een volgende maaltijd, bijvoorbeeld bij je paard. Direct contact tussen paarden, of tussen paard en mens, leidt niet tot besmetting. Muggen zijn in Nederland vooral actief in de nazomer, grofweg van augustus tot en met oktober. In die periode is de kans op een besmetting dan ook het grootst.
Niet ieder besmet paard wordt ziek: veel paarden maken de infectie door zonder dat je er iets van merkt. Wordt een paard wel ziek, dan zie je vaak:
Zie je dit soort signalen bij je paard, met name in de nazomer, neem dan contact met ons op. Hoe eerder we een diagnose kunnen stellen, hoe beter we je paard kunnen ondersteunen.
Omdat het virus via muggen wordt overgedragen, draait preventie vooral om het beperken van muggenoverlast en muggenbeten:
De meest betrouwbare bescherming tegen het westnijlvirus is vaccinatie. Een paar dingen die goed zijn om te weten:
Ons advies is om je paard te vaccineren. De bescherming is niet direct optimaal, maar beter dan helemaal niet beschermd. Geef nu de basis vaccinatie en in het voorjaar de derde vaccinatie.
Twijfel je of vaccinatie voor jouw paard zinvol is, of wil je een vaccinatieschema laten opstellen? Neem contact met ons op, dan overleggen we wat het beste bij jouw situatie en jouw paard past.
